De witte beer in Ouwehands

 

Het is weer vakantie, ieder trekt er op eigen wijze op uit. Sommige ouders vliegen met hun kinderen de wereld over om wilde dieren te spotten en anderen zoeken het in de dierentuin, iets dichter bij huis.

In mijn kindertijd ging ons jaarlijkse uitstapje steevast naar het Ouwehands Dierenpark in Rhenen.

Met de fiets, heen en terug, samen toch gauw 60 kilometer. In de fietstas de proviand voor onderweg, boterhammen met pindakaas en aanmaaklimonade. Voor ons kinderen was het een wereldreis. We keken onze ogen uit. Weg vanuit het dorp, met een grote pont de Waal oversteken en kijken naar de boten. Bij aankomst in het park werden we verwelkomd door een witte beer. We vergaapten ons aan de vele diersoorten waar we geen weet van hadden. Olifanten, aapjes, zebra’s, giraffes met lange nek, het was duidelijk iets anders dan de geijkte koe, het varken en de kippen thuis. Op het gehavende plaatje uit 1956 zie je de ontvangstbeer in het midden van ons gezelschap. Links de familie van Geffen met Henk. Rechts mijn ouders, mijn broertje Toon en ik. De vaders gekleed in het zondagse pak met hoed. Mijn moeder oogt wat verwaaid, mogelijk hadden we op de fiets wind tegen of kwam dat door de wat ruwe poot van de beer.

Mijn vakantiehorizon verbreedde zich toen ik rond mijn twaalfde jaar mee mocht met het uitstapje naar de Efteling. Uitvaartondernemer en koster Jo van den Boogaard was van alle markten thuis; hij regelde dit jaarlijkse uitstapje. Het was gezellig, het halve dorp ging mee. Het park was sprookjesachtig, Holle Bolle Gijs maakte veel indruk op mij. De grotere attracties iets minder, ik kreeg buikpijn van de reuzenschommel.

Mijn zoon Hans liet me weten dat zij deze vakantie met de kleintjes naar de Efteling gaan. Daar is hij als kind ook enkele malen geweest. Zo ging hij er als negenjarige heen tijdens een kindervakantieactiviteit. De leidsters zorgden voor alles, ook voor een picknick. Voor vertrek stopte ik hem wat lekkers toe en een klein portemonneetje met daarin zakgeld voor het geval hij dat nodig zou hebben. Na afloop haalde ik hem op bij de bus. ‘Hij heeft vanochtend vast niet ontbeten, hij was zo hongerig,’ fluisterde de leidster mij toe. ‘Direct na de entree in het park heeft Hans het zakgeld in het een restaurant omgezet in de grootste pannenkoek die op de kaart stond.’

Ik keek er van op, want hij had thuis gegeten. Blijkbaar had het portemonneetje hem besmet met het jeukende handensyndroom. Nu mag hij zelf met de kleintjes via de goed geprijsde kassa langs Holle Bolle Gijs en alle enorme attracties. Met een goed gevulde beurs, dat zeker.

Een goed ontbijt vooraf is zeker aan te raden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.