De tijd vliegt en ik vlieg mee

Een jaar rond, voor mij was het een fantastisch jaar. Ik denk dat ik een van de weinigen ben die dat kan zeggen over de afgelopen 365 dagen.

Mijn plannen zag ik scherp voor me.  Mijn boek zou uitkomen op 3 mei 2020 en in mijn hoofd stonden zestig bubbelglazen klaar. En dat tweemaal, in Alphen aan de Maas en in Den Bosch. Met familie, vrienden, oud-collega’s, schoolgenoten en mensen uit mijn schrijfnetwerk. Met hapjes natuurlijk. Bij een presentatie hoort een programma.  Op de rol stond een interview met mij, een lezing door Peter Deurloo en de aanbieding van het eerste exemplaar. En natuurlijk een signeersessie.

“De tijd vliegt en ik vlieg mee” verder lezen

Just a break

Het is maandagochtend, zo rond een uur of acht. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en zie door het glas van de voordeur dat de stoep openligt. Ah, de glasvezelheren; wat zijn ze vroeg uit de veren.

Gelukkig ben ik al in de kleren. Ik open de voordeur. Pal voor me stuit ik op een donkerharige jongeman. Die had ik niet zien aankomen. Een knapperd in een oranje hesje met daarop de tekst: Houd afstand 1.5 meter! Ik ken mijn plek en doe een stap terug in de gang.

“Just a break” verder lezen

Een krant onder mijn borstrok – winter 1962

‘Kom, opschieten, het water wordt koud,’ roept mijn moeder als op zaterdagavond de grijze zinken teil weer in de keuken klaarstaat. Voor de teil ligt een oudere handdoek met rafels. De kachel is extra opgepookt. Door de micaruitjes zijn gloeiende kolen te zien, ze branden als een tierelier. Mijn handdoek hangt op het houten wasrek dat om de kachel heen staat. Ik heb als meisje het eerste badrecht. Met een puntje van mijn teen voel ik het water. Het is heerlijk warm. Ik stap in en ga met mijn hoofd achterover hangen. Mijn moeder wast mijn haren met Palmolive shampoo. Het sop kriebelt in mijn oren en ook mijn ogen krijgen een veeg sop mee. Ze spoelt het daarna ruim na met water uit de regenton want daar gaat het extra van glanzen. Daarna was ik mezelf met een washandje en zeep. De keuken vult zich met seringengeur.

“Een krant onder mijn borstrok – winter 1962” verder lezen