Een bol buikje

Enthousiast kwam hij de school uitgerend. ‘Ik heb de dubbele o geleerd, riep hij van verre. En die spreek je uit als óó, oma!’ Hij hield zijn handen als een verrekijker turend voor zijn ogen.
‘En wat kun je daar van maken dan Rowan,’ vroeg ik nieuwsgierig.

‘Koos,’ riep hij met de nadruk op de dubbele óó.

‘Mijn naam, wat een mooi woord,’ riep ik uit.

Een eerste maand lezen op school wat levert dat veel op. Er gaat een grote wereld open voor een klein kind! Het is voor mij alweer lang geleden en wij dreunden in de klas de klanken samen op. Maar op deze school maken ze er ook gebaren bij. Nou dat hadden wij niet, een gebaar maken -los van handen over elkaar- betekende per definitie een laagvliegende bordborstel of andere correctieve actie.

Maar goed, even terug naar Rowan en zijn gebaren. Hij legde me al snel uit dat de b een stokje was met een bol buikje en wel naar rechts.

‘En de d is dat een bol buikje naar links dan Rowan,’ vroeg ik hem.

Nee dat klopte van geen kanten. Met een bol buikje alleen ging ik de mist in. Er moest wel een stokje bij.

Eenmaal thuis dook hij in een door mij meegenomen Donald Duck. Hij vroeg niet om de tablet dat was op zich uitzonderlijk. Hij wees verschillende korte woordjes aan: dat is de en dat is een. En hij ontwaarde uit het woord bestraffen het woord bes. Dat was knap, ook met puzzelen zou hij er wel komen, schatte ik in.

‘Ik kan op school ook al goed rekenen’ zei hij. Maar dat wist ik al van de spelletjes. In een mooie cadans somde hij voor de zomervakantie al tot ver boven de honderd.

 

Met het klasje was hij die ochtend naar de bibliotheek geweest.

‘Oma, ik heb twee wetenschapsboeken geleend,’ zei hij bijdehand.

Nu is mijn kennis van wetenschap niet bijster.

Ik ga binnenkort dan ook maar wat bijspijkeren bij de bieb …

 

 

Foto: Hans Haans

Een sukkel

‘Ik ga je inmaken oma,’ riep hij terwijl hij de controllers voor het spel uit de kast haalde.

‘Oké, kom maar op, dat zullen we nog wel eens zien!’

Mijn ervaring met Super Mario dateert van eind vorige eeuw, toen mijn zoon Hans dertien jaar was. Samen speelden we het spel Super Mario 64 op een raceparcours. De race was snel ten einde, in de aanloop naar de eerste bocht vloog ik uit de bocht. Mijn racewagentje kermde in de bosjes.

“Een sukkel” verder lezen

De bootjesschommel

Eindelijk is het dan zover: er is weer kermis in het dorp. Toon en Henk zijn niet te houden en kijken bij de opbouw van de attracties en tentjes toe. Ik hoop dat het tentje met de suikerspin er weer staat, 50 want de spin smelt zo lekker weg in mijn mond. We vragen onze ouders tijdens het eten het hemd van het lijf:

‘Wat zal er dit jaar allemaal weer op de kermis staan?’

‘Hoe vaak gaan we?’

‘Pap, ga je weer prijsschieten voor ons mam?’

‘Mogen we ook alléén naar de kermis?’

‘Hoeveel kermisgeld krijgen we?’

‘Mogen we ook in de zweefmolen?’

Na de pudding verdeelt mijn vader het kermisgeld. Voor elk kind legt hij een aantal dubbeltjes op tafel. Die mogen we vrij besteden.

“De bootjesschommel” verder lezen

Een mooi avontuur

Van verschillende kanten kreeg ik in de afgelopen dagen de vraag hoe het met mijn blogs stond. Men miste mijn schrijfsels. Dat klopt, ik heb al even geen blogs meer gepost. Het ritme van om de veertien dagen te posten moest ik even laten varen. De dozen met de vers gedrukte boeken in de gang vroegen voorrang. Dagelijks dook ik er in om weer bestellingen te verzenden en nog steeds krijg ik aanvragen.

“Een mooi avontuur” verder lezen