Bosbingo in het ‘koninklijke’ bosje in Buren

 

De herfstblaadjes dwarrelen alle kanten op. Het bosje is belegd met een mooi tapijt. Tijdens een bosbingo speur ik met Rowan en Malou o.a. naar paddenstoelen, beukennootjes en spinnenwebben. Ze vinden het leuk en kruisen veel vakjes aan.

Tijdens een kleine picknick op een kleedje heeft Rowan zo zijn eigen gedachte.

‘Oma heb jij een tattoo?

‘Nee Rowan, oma houdt daar niet zo van.’

‘Ook niet een heel kleintje?’

‘Zelfs niet van een heel kleintje!’

‘Een klein appeltje?’

‘Nee hoor, ook dat niet.’

‘Maar een appeltje is toch gezond?’

 

Daar moest oma even over nadenken.

Is er meer tussen hemel en aarde?

Het zal ergens eind jaren 80 geweest zijn. Ik woonde in ieder geval al op kamers in Den Bosch. In het weekend togen we naar een witte tent nabij de Maaspoorthal in Den Bosch. Temidden van een eindeloze rij van rolstoelers en wandelstokken. Eenmaal binnen keken we onze ogen uit. Naar de enorme rijen houten tribunes met centraal in het midden een ruim podium. Een tafeltje met een kaars, een bescheiden bloemetje en een beeldje van Maria met kind.

Vriendin Ger en ik streken neer op een van de tribunes halverwege. Sjan en haar moeder aan de rand langs het podium, midden tussen andere rolstoelers en hun begeleiders. De zwaardere gevallen dus.

“Is er meer tussen hemel en aarde?” verder lezen

Pyjamadag

Vorige week had Malou het al aangekondigd. ‘Oma volgende week vrijdag is het pyjamadag op school. En iedereen komt dan in pyjama.’

‘Moet ik ook in pyjama komen,’ vroeg ik haar bezorgd.
Nee dat hoefde niet. Ik liet een zucht van verlichting. Gelukkig die vertoning ging aan mij voorbij.

Stuk voor stuk druppelden de kinderen afgelopen vrijdag naar buiten. Een bonte stoet. Naast een enkele Micky mouse, zag ik de halve dierentuin. Cheeta’s, tijgers, neushoorns en dinosaurussen. Uiteraard vergezeld van veel knuffels. De grotere kinderen hadden zelfs hun beddengoed meegenomen. Ik zag slaapzakken, dekbedden en kussens voorbijkomen.
En Malou? Die was in haar eenhoorn onesie.

‘Het was heel leuk geweest,’ vertelde ze uitgelaten vanaf de achterbank. ‘En juf Beate was in een cookie monster pyjama.’

Zo daar keek ik van op. Zoiets kon ik me op mijn oude basisschool absoluut niet voorstellen. Stel je voor juffrouw Hol in een cookie monster pyjama voor de klas. Of hoofdmeester Brok in een shortama.

Vroeger droegen we vooral de flanellen pyjama. Een of twee maten te groot dan kon je er twee jaar mee doen. Voor de zomer was er een frivole nylon babydoll. Die bestond uit een kort zoetkleurig nachthemdje daaronder een soortement van pofbroekje. Overgewaaid uit de Verenigde Staten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de kledingindustrie daar te maken met een tekort aan (grond)stoffen. De naam babydoll werd extra populair door de film Baby Doll (uit 1956), waarin de actrice Carroll Baker nogal eens rondliep in zo’n liflafje.

Tijden veranderen maar ik neig nog steeds naar het ouderwetse flanel. Dat is lekker warm en ook voor de komende dure energiemaanden een aanbeveling.

 

Tot slot een tip: Ik heb even moeten oefenen op het woord onesie. Ik sprak het verkeerd uit. Onéésie. Dat was heel dom van mij. Maar het is one see, uit een stuk dus. Het is maar dat je het weet.

Dat doe je als volwassene toch niet !

 

 

Op deze rustige zondagochtend zag ik in hoog tempo een persoon voorbij mijn raam snellen. In een oranje shirt. Volwassen lengte en aan het tempo te zien sportief.  Een seconde later ging indringend de bel. Aarzelend liep ik naar de voordeur en zag door het glas niemand staan. Ook op de mat lag niets.

Terug op de bank kon ik mijn aandacht niet bij De tijdgeest, (een bijlage van het dagblad Trouw), houden.
Ik piekerde;  wie doet dat nu, belletje trekken op zondagochtend. En aan de lengte te zien ook nog een volwassen iemand. Dan moet je het toch wel achter je oren hebben.

Belletje trekken, ik ken het uit mijn kindertijd. Hard aanbellen en snel wegrennen en om de hoek stiekem kijken of de grap geslaagd was. Of een nepgeldbriefje aan een touwtje op straat leggen. Zelf verscholen in het hoge gras langs de slootkant.  Snel het touwtje wegtrekken als een geldwolf het op wilde rapen. Of nog erger, bellen naar slager Story met de vraag of hij varkenspootjes had. Die had hij natuurlijk. ‘Oh, dan loopt u er vreselijk bij!’ Knorrend legden we de hoorn neer. Erg toch….en dan bij zo’n hardwerkende mensen.

Maar goed even terug naar mijn belletjestrekker. Het hield me lang bezig. Tot het moment dat ik die middag met de auto weg moest en de deur afsloot. Tot mijn verrassing hing er een pakketje aan de klink van de deur. Daarop de tekst: Voor Koosje, zomaar … x

De aanblik toverde een glimlach op mijn gezicht. Ik herkende het handschrift…van Hans van de Donk, een meer dan attente buurtgenoot.

Eenmaal uitgepakt keek ik naar een prachtig decoratief vogeltje. Prachtig voor in de tuin, vooral nu het groen zo’n beetje heengaat. Ik heb het vogeltje direct als lokker buiten gezet, in een pot met een lavendelstruikje. Daar kan hij pronken en soortgenoten lokken. En misschien de vette duiven wat laten schrikken. Dit laatste zou erg welkom zijn.

En zo werd het toch nog een gezellige zondag.

En Hans, dank je wel, je maakte mijn dag weer goed!

 

 

foto: https://www.duurzaamthuis.nl/stop-sluipverbruik-elektrische-deurbel-leve-de-trekbel