Een krant onder mijn borstrok – winter 1962

‘Kom, opschieten, het water wordt koud,’ roept mijn moeder als op zaterdagavond de grijze zinken teil weer in de keuken klaarstaat. Voor de teil ligt een oudere handdoek met rafels. De kachel is extra opgepookt. Door de micaruitjes zijn gloeiende kolen te zien, ze branden als een tierelier. Mijn handdoek hangt op het houten wasrek dat om de kachel heen staat. Ik heb als meisje het eerste badrecht. Met een puntje van mijn teen voel ik het water. Het is heerlijk warm. Ik stap in en ga met mijn hoofd achterover hangen. Mijn moeder wast mijn haren met Palmolive shampoo. Het sop kriebelt in mijn oren en ook mijn ogen krijgen een veeg sop mee. Ze spoelt het daarna ruim na met water uit de regenton want daar gaat het extra van glanzen. Daarna was ik mezelf met een washandje en zeep. De keuken vult zich met seringengeur.

“Een krant onder mijn borstrok – winter 1962” verder lezen

Een gast aan tafel

 

In deze coronatijd is elke afleiding fijn, en zo breekt de nationale vogeltelling een beetje de dag.

Rond lunchtijd zat ik op scherp voor het raam. Een notitieblok, pen en mobiel onder handbereik. Op de mobiel een lijstje met foto’s van het te verwachten bezoek. Ik verwachtte in mijn binnenstad tuintje het eenvoudige vogelwerk. “Een gast aan tafel” verder lezen