De tijd vliegt en ik vlieg mee

Een jaar rond, voor mij was het een fantastisch jaar. Ik denk dat ik een van de weinigen ben die dat kan zeggen over de afgelopen 365 dagen.

Mijn plannen zag ik scherp voor me.  Mijn boek zou uitkomen op 3 mei 2020 en in mijn hoofd stonden zestig bubbelglazen klaar. En dat tweemaal, in Alphen aan de Maas en in Den Bosch. Met familie, vrienden, oud-collega’s, schoolgenoten en mensen uit mijn schrijfnetwerk. Met hapjes natuurlijk. Bij een presentatie hoort een programma.  Op de rol stond een interview met mij, een lezing door Peter Deurloo en de aanbieding van het eerste exemplaar. En natuurlijk een signeersessie.

“De tijd vliegt en ik vlieg mee” verder lezen

Een krant onder mijn borstrok – winter 1962

‘Kom, opschieten, het water wordt koud,’ roept mijn moeder als op zaterdagavond de grijze zinken teil weer in de keuken klaarstaat. Voor de teil ligt een oudere handdoek met rafels. De kachel is extra opgepookt. Door de micaruitjes zijn gloeiende kolen te zien, ze branden als een tierelier. Mijn handdoek hangt op het houten wasrek dat om de kachel heen staat. Ik heb als meisje het eerste badrecht. Met een puntje van mijn teen voel ik het water. Het is heerlijk warm. Ik stap in en ga met mijn hoofd achterover hangen. Mijn moeder wast mijn haren met Palmolive shampoo. Het sop kriebelt in mijn oren en ook mijn ogen krijgen een veeg sop mee. Ze spoelt het daarna ruim na met water uit de regenton want daar gaat het extra van glanzen. Daarna was ik mezelf met een washandje en zeep. De keuken vult zich met seringengeur.

“Een krant onder mijn borstrok – winter 1962” verder lezen

De toestand in de wereld

In deze afgelopen weken dacht ik aan de zondagen van de jaren vijftig en zestig.
De zondag begon eigenlijk al op zaterdag, dan was er de voorbereiding van het zondagse eten. Moeder trok bouillon van schenkel en rundvlees en voegde er verse groenten uit de tuin aan toe. Daarna kraakte ze een handje vermicelli door de soep. Mijn broers noemden de vermicelli ook wel eens pieren. Ook de runderlappen stonden eindeloos in de oranje braadpan met dikke bodem op een klein pitje te pruttelen. “De toestand in de wereld” verder lezen

Een sukkel

‘Ik ga je inmaken oma,’ riep hij terwijl hij de controllers voor het spel uit de kast haalde.

‘Oké, kom maar op, dat zullen we nog wel eens zien!’

Mijn ervaring met Super Mario dateert van eind vorige eeuw, toen mijn zoon Hans dertien jaar was. Samen speelden we het spel Super Mario 64 op een raceparcours. De race was snel ten einde, in de aanloop naar de eerste bocht vloog ik uit de bocht. Mijn racewagentje kermde in de bosjes.

“Een sukkel” verder lezen