Iets leuks voor mezelf

 

Het is een tijdje geleden dat ik een blog plaatste. Ik kwam met een nieuwe blog maar niet op dreef. Dat komt doordat ik al een tijd niet lekker ben. Ik miste energie, was uitgeput en moe, misselijk, gapen en nog meer gapen, hartkloppingen, klotsende oksels en ga zo maar door. Meten is weten; mijn schildklier bleek op hol geslagen. De klachten waren dermate dat ik vreesde long-covid te hebben. Gelukkig is dat niet het geval.

Een van de klachten is hardnekkig, ik ben snel overprikkeld en kan moeilijk omgaan met de ellende in de wereld. Ik hoef het eigenlijk niet te duiden, je begrijpt het denk ik wel:  Covid, de oorlog, de economie, de boeren, het milieu en ga zo nog maar even door. De wereld lijkt, net als mijn schildklier, op drift geraakt te zijn. Dat merk je op televisie en in de media. Het gaat in de programma’s over niets anders. Bij de verschillende praattafels zie je veel kwekkende gasten, die vaak niet eens deskundig op de onderwerpen zijn. Ik voel me meer en meer thuis bij het Jeugdjournaal. “Iets leuks voor mezelf” verder lezen

Een deugniet

 

De deugden van vroeger zijn niet meer de deugden van nu.

In onze jeugd kenden we het mooie woord deugniet, iemand die kattenkwaad uithaalde. Was de deugniet bij het kattenkwaad smerig geworden dan werd die bij ons thuis doerak genoemd.

“Een deugniet” verder lezen

Een op afstand bestuurbare man

 

Een vroege zaterdagochtend op de markt. De kramen vol met frisse voorjaarsblommen. Ik kocht voor mezelf een boeketje tulpen met ranonkeltjes. Een jaartje erbij, ik had het verdiend, vond ik.

Bij de kraam scharrelde een vijftiger rond, met een reeds gevulde rugzak.  Hij hield zijn mobiel in de aanslag.
Als een volleerde filmer liep hij langs de bloemen. Af en toe zoemde hij in en overlegde hij met iemand aan andere kant van de lijn. ‘Deze tulpen misschien?’
‘Oké, daar houd jij niet van.’ Hij keek verder en ging door naar de rozen. ‘Deze dan maar?’
‘Ook niet goed?’ Wanhopig keek hij in de rondte en haalde tegenover de verkoopster zijn schouders op.  De man speurde naarstig verder tussen de zuiderwindlelies en gerbera’s.
‘Mag ik even die daar filmen. Hij wees naar de duurdere plukboeketten aan de achterkant van de kraam. Dat was binnen haar territorium; ze knikte ongemakkelijk.

De oudere verkoopster boog zich naar mij over. ‘Daar heb je er weer zo een, zo een met een lui wijf op de bank.  Ze boog zich nog meer naar me toe en fluisterde: “Je moet tegenwoordig zo opletten. Je hebt van die types die filmen je reet als je even je kont hebt gekeerd. Ik houd niet van die mensen die de hele dag met dat apparaat in de weer zijn!

De man had er genoeg van en sprak ferm in de mobiel. ‘Ja, dan weet ik het ook niet meer. Dan moet je zelf maar komen kijken.’  Stuurs liep hij weg.

‘Zie je,’ zei ze, ‘dat bedoel ik nou. Een lui wijf. Op haar luie reet.’
Ze pakte mijn tulpen en ranonkels in en keek me zuchtend aan.

Ik had met haar te doen, de marktdag moest nog beginnen.

 

 

Risk

 

Ik stof de grote doos met het spel af. Het plakband wat de deksel bij elkaar moet houden, is uitgedroogd. Zo’n veertig jaar geleden was dit spel ons strijdtoneel in het weekend. Nieuwsgierig open ik de doos. De handleiding is meer dan vettig, zo ook de opdrachtkaartjes. De plastic legers zijn nog intact. Het weekend begon in de jaren tachtig voor ons nogal eens op vrijdagavond. Na een voedzame maaltijd werd het bord uitgelegd. Samen met mijn huisgenoten Gertie en Jan en de vrienden Pieter-Jan en Antoine maakte ik me op voor de strijd. “Risk” verder lezen