De toestand in de wereld

In deze afgelopen weken dacht ik aan de zondagen van de jaren vijftig en zestig.
De zondag begon eigenlijk al op zaterdag, dan was er de voorbereiding van het zondagse eten. Moeder trok bouillon van schenkel en rundvlees en voegde er verse groenten uit de tuin aan toe. Daarna kraakte ze een handje vermicelli door de soep. Mijn broers noemden de vermicelli ook wel eens pieren. Ook de runderlappen stonden eindeloos in de oranje braadpan met dikke bodem op een klein pitje te pruttelen. “De toestand in de wereld” verder lezen

Een bol buikje

Enthousiast kwam hij de school uitgerend. ‘Ik heb de dubbele o geleerd, riep hij van verre. En die spreek je uit als óó, oma!’ Hij hield zijn handen als een verrekijker turend voor zijn ogen.
‘En wat kun je daar van maken dan Rowan,’ vroeg ik nieuwsgierig.

‘Koos,’ riep hij met de nadruk op de dubbele óó.

‘Mijn naam, wat een mooi woord,’ riep ik uit.

Een eerste maand lezen op school wat levert dat veel op. Er gaat een grote wereld open voor een klein kind! Het is voor mij alweer lang geleden en wij dreunden in de klas de klanken samen op. Maar op deze school maken ze er ook gebaren bij. Nou dat hadden wij niet, een gebaar maken -los van handen over elkaar- betekende per definitie een laagvliegende bordborstel of andere correctieve actie.

Maar goed, even terug naar Rowan en zijn gebaren. Hij legde me al snel uit dat de b een stokje was met een bol buikje en wel naar rechts.

‘En de d is dat een bol buikje naar links dan Rowan,’ vroeg ik hem.

Nee dat klopte van geen kanten. Met een bol buikje alleen ging ik de mist in. Er moest wel een stokje bij.

Eenmaal thuis dook hij in een door mij meegenomen Donald Duck. Hij vroeg niet om de tablet dat was op zich uitzonderlijk. Hij wees verschillende korte woordjes aan: dat is de en dat is een. En hij ontwaarde uit het woord bestraffen het woord bes. Dat was knap, ook met puzzelen zou hij er wel komen, schatte ik in.

‘Ik kan op school ook al goed rekenen’ zei hij. Maar dat wist ik al van de spelletjes. In een mooie cadans somde hij voor de zomervakantie al tot ver boven de honderd.

 

Met het klasje was hij die ochtend naar de bibliotheek geweest.

‘Oma, ik heb twee wetenschapsboeken geleend,’ zei hij bijdehand.

Nu is mijn kennis van wetenschap niet bijster.

Ik ga binnenkort dan ook maar wat bijspijkeren bij de bieb …

 

 

Foto: Hans Haans

Schrikbeeld

 

Schrikbeeld

In de diepte van haar slaap klinkt ver weg een telefoon. Ze draait zich om en trekt haar dekbed verder omhoog. Een droom verder luistert ze naar een geluid in huis. Kiert er een deur, kraakt de trap? Tergend langzaam gaat de klink van de slaapkamerdeur naar beneden. Haar adem stokt, haar hart bonkt. Ze wrijft in haar slaapdronken ogen. Ja, ze is echt wakker. Een kleine felle straal schijnt haar slaapkamer in. Het licht zoekt haar bange ogen.
‘Niet schrikken. Bent u oké?’
Haar hart maakte een sprongetje.

De ketting met de alarmeringsknop hangt verloren op haar rug.

 

Een UKV is een ultra kort verhaaltje van 99 woorden

Postfris

Mijn Jos is druk in de voortuin bezig met de bladblazer als ik de postbode de oprit op zie rijden met in zijn hand een aangetekende brief. Het geluid van de blazer verstomt en met een stevige handtekening tekent hij voor ontvangst.

Koning Willem… prevelt hij als hij langs me heen vanuit de keuken de kamer inloopt. Met trillende handen legt hij de envelop op de eettafel.
‘Zal ik ‘m open maken,’ vraag ik, terwijl ik vorsend naar zijn handen kijk.

‘Nee dat doe ik zelf. Stel je voor zeg dat er iets mee gebeurt.’

“Postfris” verder lezen