Vrienden

Vorige week besloot ik mijn Brabantse grenzen te verleggen tijdens een zevendaags fietsrondje. Gelukkig voelde ik me na het schildklierdebacle weer wat opknappen. Ik fietste met Sjanet rustige routes, alleen maar fietsknooppunten, dus fietspaden, mooie buitengebieden en weinig steden.

Aan de rand van de IJsseldijk vertrokken we voor een uitgebreide sightseeing rond de ‘kop’ van Zwolle. Een geweldige natuurbeleving en al snel zaten we op de Overijsselse-en Duitse Vechtroute. Een slingerende rivier in een prachtig landschap, nu en dan onderbroken door een klein sluisje of handbediend pontje.

“Vrienden” verder lezen

Iets leuks voor mezelf

 

Het is een tijdje geleden dat ik een blog plaatste. Ik kwam met een nieuwe blog maar niet op dreef. Dat komt doordat ik al een tijd niet lekker ben. Ik miste energie, was uitgeput en moe, misselijk, gapen en nog meer gapen, hartkloppingen, klotsende oksels en ga zo maar door. Meten is weten; mijn schildklier bleek op hol geslagen. De klachten waren dermate dat ik vreesde long-covid te hebben. Gelukkig is dat niet het geval.

Een van de klachten is hardnekkig, ik ben snel overprikkeld en kan moeilijk omgaan met de ellende in de wereld. Ik hoef het eigenlijk niet te duiden, je begrijpt het denk ik wel:  Covid, de oorlog, de economie, de boeren, het milieu en ga zo nog maar even door. De wereld lijkt, net als mijn schildklier, op drift geraakt te zijn. Dat merk je op televisie en in de media. Het gaat in de programma’s over niets anders. Bij de verschillende praattafels zie je veel kwekkende gasten, die vaak niet eens deskundig op de onderwerpen zijn. Ik voel me meer en meer thuis bij het Jeugdjournaal. “Iets leuks voor mezelf” verder lezen

Een deugniet

 

De deugden van vroeger zijn niet meer de deugden van nu.

In onze jeugd kenden we het mooie woord deugniet, iemand die kattenkwaad uithaalde. Was de deugniet bij het kattenkwaad smerig geworden dan werd die bij ons thuis doerak genoemd.

“Een deugniet” verder lezen

Het prentje van dokter Buijs

 

Mijn moeder droeg in haar zondagse tas naast de rozenkrans altijd een gedachtenisprentje met zich mee. Het was het prentje van Jules Buijs. Hij was jarenlang onze huisarts en heeft ons zessen ook ‘gezond en wel gehaald’.

Over mijn moeder Joke en huisarts Buijs schreef ik in mijn boek ‘Een te grote jas’ het volgende:

“Joke keek vaak in het achterhuis mee bij de geboorte van een kalfje. Maar zelf een kindje ter wereld brengen, dat is echt andere koek. Gelukkig is er de hulp van dokter Buijs. Joke en Harrie zijn blij met hem. De dokter is in het buurtdorp Maasbommel als tijdelijk huisarts gestart. Samen met zijn vrouw heeft hij de oorlog en diverse kampen overleefd. Van hogerhand vraagt men zich na de oorlog af of de Joodse dokter wel zal passen binnen de gemeenschap. Maar de bewoners lopen weg met hem. Hij voegt goed in, ook in het dorpse leven. Tegen kersttijd laat de dokter in de gemeente tal van enveloppen met een briefje van vijfentwintig gulden bezorgen bij de allerarmsten. Zij weten wie er aan hen heeft gedacht.”

“Het prentje van dokter Buijs” verder lezen